Voortzetting, onder gewijzigde naam, van de Limburgse Boerinnenbond, de vrouwenafdeling van de LLTB. Vanaf de jaren zeventig stelde de LVB zich actief op met betrekking tot de maatschappelijke thema’s in die tijd: democratisering, veranderende verhoudingen tussen ouders en kinderen, en de emancipatie van de vrouw.In het kader van wijzigende subsidieregelingen werden taken en bevoegdheden op sociaal-cultureel gebied aan de Provincie Limburg overgedragen. In de jaren negentig werden door de Limburgse Vrouwenbeweging grootschalige projecten opgezet betreffende emancipatie en de positie van allochtone vrouwen, gesubsidieerd door de provincie Limburg. In de jaren tachtig werd de relatie met het bisdom steeds losser en ontwikkelde de LVB een duidelijke eigen visie op Kerk en maatschappij.
Vanaf de jaren zeventig nam het agrarisch vrouwenwerk een steeds kleinere positie in binnen de LVB en werd ernaar gestreefd de belangenbehartiging van agrarische vrouwen te integreren in de LLTB. Na een voorbereidingsperiode van tien jaar ging de LLTB in 1993 zelf de belangen van agrarische vrouwen behartigen middels de Vakgroep Agrarische Vrouwen van de LLTB.
In 2001 sloot de Limburgse Vrouwenbeweging zich als ZijActief Limburg aan bij de landelijke koepelorganisatie ZijActief Nederland (voorheen de Katholieke Plattelandsvrouwen Nederland).