Iedere steenkolenmijn in Limburg had een reddingsbrigade. Die bestond uit een groep ervaren mijnwerkers. De reddingsmannen waren geselecteerd uit alle gelederen van de mijn, zoals schietmeesters, houwers en opzichters. De reddingsbrigade kwam in actie bij ongelukken, waarbij mijnwerkers ingesloten waren geraakt. De maximumleeftijd van de reddingsmannen was 45 jaar. De manschappen kregen een speciale opleiding, hielden geregeld oefeningen en werden jaarlijks onderworpen aan een zware medische keuring.