De Werkliedenvereniging, voorloper van de KAB was een zogenaamde standsorganisatie, waarvan alleen arbeiders lid konden worden. De Werkliedenbond, die vele plaatselijke afdelingen kende, overkoepelde een veelheid aan activiteiten en organisaties op geestelijk en sociaal gebied. Het doel was de katholieke arbeidersbevolking van de wieg tot het graf te begeleiden, te ondersteunen en te verzorgen. Binnen de KAB verschoof het zwaartepunt van de activiteiten geleidelijk van standsorganisatiewerk naar vakbondswerk, naarmate de overheid zich meer en meer zelf met de verzorgingsstaat ging bemoeien.