In 1930 opgericht als vrouwenafdeling van de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). in 1935 waren er 105 afdelingen waren met ruim 6000 leden. Het gemiddelde bezoek aan de ledenvergaderingen was meer dan 70 procent. Er was een gevarieerd aanbod van cursussen op de meest uiteenlopende terreinen: godsdienstcursussen, sociale cursussen, ziekenverpleging, wascursussen, naaicursussen, het maken van eiergerechten, inmaakcursussen, verwerken van slachtafval en bak- en kookcursussen. Vanaf 1936 werd er ook begonnen met hulp in de huishouding, om ondersteuning te bieden aan gezinnen waar de moeder ziek werd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de bond opgenomen in de nationaal-socialistische Landvrouwen, onderdeel van de Landstand. Daarop zegden alle leden hun lidmaatschap op en dienden de consulentes hun ontslag in. Men bleef zich echter lokaal en ondergronds organiseren.
Hervat na 1945, terug op volle sterkte in 1949. In 1950 hadden 165 van de in totaal 378 lezingen een godsdienstig karakter. In de jaren vijftig werden de doelstellingen uitgebreid. Naast de godsdienstige, sociale en vakkundige vorming, kwamen er ook culturele, opvoedkundige, hygiënische en huishoudelijke vorming bij. Bij het 25-jarig bestaan van de Boerinnenbond van Limburg in 1955, telde de organisatie 166 afdelingen met in totaal 11.194 leden.
In 1965 werd de naam gewijzigd in Limburgse Vrouwenbeweging van de LLTB (LVB).