Processievaandel met in het midden een stralende monstrans, staande op een wolk, met links en rechts een engel. Het geheel wordt omringd door bloemenkransen met korenaren aan de uiteinden aan weerszijden en een rank met druiventrossen aan de onderzijde. Het vaandel hangt met vier lussen aan een houten stok met sierknoppen. Direct daaronder een rand met goudkleurige franjes. Aan de onderzijde is het doek in drie punten geknipt en eveneens voorzien van goudkleurige franjes. Aan de achterkant is het vaandel voorzien van een licht bordeauxrode stof.